LIFESKOOL GASTBLOG

Maandagochtend zat ik weer achter mijn bureau

Ik verloor drie zwangerschappen. Na mijn eerste twee miskramen ging ik telkens gewoon door: ik werkte, sportte en ging mee op weekendjes weg, terwijl ik vanbinnen leegliep. Toen ik voor de derde keer zwanger was, had mijn lichaam al besloten dat het zo niet verder kon.

Maandagochtend zat ik weer achter mijn bureau

Ik verloor drie zwangerschappen. Na mijn eerste twee miskramen ging ik telkens gewoon door: ik werkte, sportte en ging mee op weekendjes weg, terwijl ik vanbinnen leegliep. Toen ik voor de derde keer zwanger was, had mijn lichaam al besloten dat het zo niet verder kon.

Mijn tweede miskraam gebeurde in het weekend. Op maandagochtend stond ik weer op kantoor, alsof er niets aan de hand was. In het begin kwamen de tranen nog, zodra ik aan het eind van de dag in de auto stapte. Maar op een gegeven moment droogden ze op. Er kwam niets meer.

Ik wist niet beter.

De eerste keer

Bij mijn eerste miskraam huilde ik heel veel. Ik nam vakantiedagen op, want ziek melden voor een miskraam voelde niet als een optie. Er is geen protocol voor, geen vanzelfsprekend verlof zoals bij een overlijden of een bevalling.

Op de dag dat ik de medicatie had ingebracht om de miskraam op gang te brengen, ging ik naar kantoor. Ik wilde mijn werk netjes overdragen. Ik gaf mijn leidinggevende een korte update en startte mijn laptop. Anderhalf uur later moest ik halsoverkop naar huis, en ik reed zelf, met trillende knieën. Wat deed ik in godsnaam op de werkvloer? Ik had niet moeten werken, en al helemaal niet in die staat achter het stuur moeten zitten. Ik ben dankbaar dat ik geen ongeluk heb veroorzaakt.

Twee dagen later ging ik, nog bloedend, mee op de vrijgezellenreis van mijn nichtje naar Ibiza. Overdag zat ik in een strandtent met een grote zonnebril op. Niet tegen de zon, maar zodat niemand mijn rode ogen zag. Iedereen was in feeststemming, het draaide om de aanstaande bruid, en niemand had iets door. Aan de buitenkant was er weinig aan me te zien. Vanbinnen viel ik in vele stukken uiteen.

Bij een zwangerschap die goed verloopt, weet je precies wat je te wachten staat. Je meldt je aan bij de verloskundige en weet wanneer je ongeveer de eerste echo krijgt. Je belt de zorgverzekeraar voor een kraampakket, vraagt kraamzorg aan en weet wanneer je uitgerekend bent en wanneer je met verlof kunt. Er zijn babyshowers, cadeaus, kaarten en felicitaties. En krijg je na de bevalling last van een postpartumdepressie, dan ben je daar vaak al een beetje op voorbereid en weet je waar je terechtkunt voor hulp en steun. Voor bijna elk scenario is er een volgende stap.

Maar als een zwangerschap eindigt in verlies, of als die wegblijft, zijn er geen logische vervolgstappen. Er is weinig erkenning en herkenning in de maatschappij. Zelfs je omgeving weet niet hoe ze moet handelen.

De tweede keer

Bij de controle-echo van mijn tweede zwangerschap bleek de groei gestopt. Ik keek naar mijn man. Hij zag er zo gebroken uit dat ik dacht: dit kan ik hem niet nog een keer aandoen.

Na de eerste miskraam was ik zo diep in mijn eigen verdriet gezonken dat ik hem had verwaarloosd. Hij was toen vooral mijn trooster, en ik had nauwelijks ruimte gehad om zijn pijn te zien. Nu zag ik die wel. De eerste week schrok hij 's nachts meerdere keren wakker uit nachtmerries, terwijl ik zelf nauwelijks sliep en elke keer zag hoe hij overeind schoot.

Ik kon deze pijn er niet ook nog bij dragen. Dat besef gaf een emotionele blokkade. Op de dag dat we uit het ziekenhuis thuiskwamen, huilde ik intens. Daarna droogden de tranen op. Ik leefde maandenlang in een waas en voelde me verschrikkelijk. De pijn zat van top tot teen onder mijn huid, maar ik kon haar niet benoemen. Het enige wat me even lucht gaf, was de bokszak. Tot ik van al dat harde slaan last kreeg van mijn polsen. Toen viel zelfs die uitlaatklep weg.

Mijn werk werd mijn reddingsboei. Als fiscalist schrijf je elke minuut van je dag. In de adviespraktijk zeggen ze gekscherend: 'Wie schrijft, die blijft.' Ik schreef heel veel uren, en over mijn overuren klaagde niemand. Elke keer dat er verdriet opkwam, drukte ik het weg door nog harder te werken.

Toen mijn lichaam stopte

Wat je wegdrukt, verdwijnt niet. Het zoekt een andere uitweg.

Mijn lontje werd korter. Op een dag wachtte ik op een telefoontje van de gynaecoloog met uitslagen. Een collega maakte een opmerking waar ik normaal om had gelachen, en ik vloog tegen haar uit. Zij wist niet wat er in mijn leven speelde en nam het persoonlijk. Later die dag vertelde ik haar wat er aan de hand was, en ze begreep het. Toen besefte ik hoe snel je als lastig wordt gezien, terwijl je vanbinnen nauwelijks overeind blijft.

Ondertussen bleef ik tegen mezelf zeggen dat ik bijna tegen een burn-out aan zat. In werkelijkheid zat ik er al middenin. Toen ik voor de derde keer zwanger was, haalde het me in. Al vroeg in die zwangerschap had ik amper nog de kracht om op kantoor te verschijnen. De HR-adviseur stuurde me naar huis. Zo eindigde een periode van meer dan een jaar doorgaan.

Wat ik nu anders doe

Toen wist ik niet beter dan doorgaan. Nu weet ik dat het vooral een manier was om niet te hoeven voelen. En wat je niet voelt, kun je ook niet verwerken.

Als het nu moeilijk is, zeg ik dat gewoon. 'Ik heb een moeilijke tijd, ik heb even tijd voor mezelf nodig.' Of ik vraag om wat ik nodig heb: iemand die met een kopje thee naast me zit en stil is, of iemand die met me een boswandeling maakt. Ook op mijn werk zeg ik het: 'Ik maak een moeilijke periode door, ik heb even rust nodig.' Of: 'Pas op de plaats, ik ben even niet sociaal.'

Als ik de Shirin van toen kon spreken, zou ik zeggen: je mag een dag thuisblijven. En je mag voelen. Kijk of je iets voelt, en stop het niet weg. Want wat je nu niet voelt, komt later toch, en dan moet je het alsnog verwerken.

“Rouw is de achterkant van de liefde.” Die woorden zijn me bijgebleven na een tweedaagse workshop over rouw en verlies. Stefan Woudenberg liet ons daar kennismaken met de contactcirkel, een model van Phoenix Opleidingen. We maken contact. We hechten ons. We nemen afscheid. We rouwen. En na verloop van tijd kunnen we opnieuw betekenis geven aan een leven waarin verlies een plek heeft gekregen.

Wat mij vooral raakte, was het besef dat we ons niet alleen hechten aan mensen. We hechten ons ook aan dromen, verwachtingen en de toekomst die we al voor ons zagen. Een zwangerschap. Een kindje dat we hoopten te ontmoeten. Een gezin dat we voor ons zagen. En wanneer die toekomst wegvalt, kan het verdriet net zo werkelijk zijn.

Soms lukt het ons niet om de cirkel verder te doorlopen. We vermijden verbinding, hebben moeite met afscheid of verliezen ons gevoel van zingeving. Zo ging het ook bij mij: ik bleef doorgaan in plaats van te rouwen. Maar rouw is niet iets wat we simpelweg afronden. We leren leven met wat we hebben liefgehad en verloren.

En tegen iedereen die naast iemand zit die zo lijkt te functioneren: vraag hoe het écht gaat. Een glimlach op kantoor zegt niets over wat iemand meedraagt.

Lang dacht ik dat ik de enige was. Totdat ik mijn verhaal anoniem op Instagram deelde en er berichten binnenkwamen van over de hele wereld. Uit die verhalen ontstond mijn boek Ben ik de enige?. Het antwoord bleek nee. En als jij nu ook doorgaat terwijl je vanbinnen rouwt: jij bent ook niet de enige.

Shirin Dilmaghani
Over de auteur

Shirin Dilmaghani

Shirin Dilmaghani is auteur, spreker en ervaringsdeskundige. In haar boek Ben ik de enige? (2026) bundelde ze haar eigen verhaal en dat van 83 anderen over zwangerschapsverlies en ongewenste kinderloosheid. Ze werkt daarnaast bij de Belastingdienst.

Bekijk website
Reacties

0 reacties

Reacties worden eerst bekeken voordat ze zichtbaar zijn.

Er zijn nog geen reacties zichtbaar.

Deel je reactie

Laat een reactie achter

Je reactie wordt eerst bekeken voordat hij zichtbaar is.