Let er eens op, de eerstvolgende keer dat er over een kind wordt gepraat terwijl het kind erbij zit. Bij de huisarts, op een verjaardag, in een gesprek op school. Volwassenen die het probleem bespreken, de oplossing bedenken, de afspraken maken. En daar zit degene over wie het gaat, met zijn benen te bungelen, wachtend tot het klaar is.
Het gekke is, we doen dit niet uit onverschilligheid. We doen het uit zorg. We willen het goed regelen, snel, zonder het kind te belasten. Dus praten we erover in plaats van ermee.
Een derde van de mensheid zit nergens aan tafel
Bijna drie op de tien mensen op aarde is jonger dan achttien. Dat is geen randgroep, dat is bijna een derde van de mensheid. En ze zitten nergens aan tafel waar besluiten worden genomen die precies over hun toekomst gaan. Over hun school, hun wijk, hun klimaat, hun leven straks.
We vragen kinderen natuurlijk wel iets. We vragen wat ze later willen worden, of ze zin hebben in het schoolkamp, of het lekker was. Vragen met een plafond eraan. Vragen waarop het antwoord ons niets kost.
Wat we bijna nooit vragen is, wat denk jij hiervan. Wat zou jij doen. Wat zie jij wat wij niet zien.
Ik denk dat we daar drie redenen voor hebben. We hebben haast en een echt antwoord duurt langer. We denken dat we het antwoord al weten, want we zijn zelf kind geweest. En ergens weten we dat als je iets vraagt, je er ook iets mee moet. Dat laatste is misschien wel de grootste.
Wat er gebeurt als je het wel vraagt
Een jongen zei een keer tegen mij: "Ik heb zoveel vragen, maar ik kan die niet altijd in de klas stellen." Hij zei het met verbazing. Niet boos, meer verwonderd. Onder die zin voelde ik iets wat hij niet zei, maar wat er wel was: maar daarvoor zitten we toch op school?
Zo heb ik ook een keer een gesprek gehad met een jongen van zes. Die kon heel duidelijk vertellen waarom we minder wegen moesten aanleggen en waarom we natuurlijker moesten boeren. Hij was samen met zijn opa een voedselbos aan het aanleggen. Hij zag dat zoveel asfalt niet oké was en dat de natuur belangrijk is.
Wat me elke keer weer verrast is niet dat kinderen iets te zeggen hebben. Dat is geen nieuws. Wat me verrast is hoe snel ze bij de kern zitten. Waar volwassenen twintig minuten nodig hebben om een probleem in te leiden, te nuanceren en van alle kanten te bekijken, zegt een kind van zes in één zin waar het werkelijk over gaat. Ze hebben nog geen geleerd geduld met dingen die niet kloppen.
En ze hebben iets wat wij kwijtraken, ze kunnen zich nog voorstellen dat het ook anders kan. Wij weten hoe het werkt. Zij weten dat nog niet en juist daarom bedenken ze dingen die wij allang hebben afgeschreven als onmogelijk.
Het staat al sinds 1989 op papier
Dat kinderen gehoord mogen worden is trouwens geen modern idee en ook geen kwestie van smaak. Het staat sinds 1989 in artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag, dat Nederland heeft ondertekend. Kinderen hebben het recht om hun mening te geven over alles wat hen aangaat en die mening moet serieus worden meegewogen.
Serieus meewegen is iets anders dan vriendelijk aanhoren. We zijn met z'n allen erg goed geworden in aanhoren. In knikken, in bedanken voor de inbreng, in het kind het gevoel geven dat het erbij hoort. En daarna doen wat we toch al van plan waren.
Ik denk weleens aan hoe het eruit zou zien als we het echt serieus namen. Een plek waar de stem van jonge mensen structureel binnenkomt bij de mensen die besluiten nemen. Niet als leuk item, niet als kinderburgemeester op de foto, maar als vanzelfsprekende schakel. We hebben ministeries voor van alles. Voor de mensen die straks alles erven, hebben we niets.
Drie dingen die niets kosten
Je hoeft geen ministerie op te richten om morgen iets anders te doen.
Vraag het gewoon. Niet "vind je het goed als", maar "wat denk jij dat we moeten doen". Een open vraag verandert de hele verhouding, want hij gaat ervan uit dat er aan de andere kant iemand zit met een gedachte.
Wacht daarna langer dan ongemakkelijk voelt. Kinderen hebben geen kant-en-klare antwoorden liggen, ze denken terwijl ze praten. De meeste volwassenen vullen de stilte in op precies het moment dat het antwoord eraan komt. Tel tot tien voor je iets zegt. Het voelt eindeloos en het is de meest effectieve vijf seconden van het gesprek.
En laat merken wat je ermee doet. Ook als je iets anders besluit. "Ik heb gedaan wat jij zei" is fijn, maar "ik heb erover nagedacht en toch dit gekozen, en dit is waarom" is wat een kind leert dat zijn stem ertoe doet. Gehoord worden is niet hetzelfde als je zin krijgen. Dat verschil begrijpen kinderen veel beter dan wij denken, als je het ze uitlegt.
Het is geen extra taak op een toch al vol lijstje. Het is een andere houding, van praten over naar praten met. En het kost minder tijd dan je vreest, want kinderen zijn korter van stof dan wij.
Ze hebben iets te zeggen. Er is alleen bijna niemand die het vraagt.
0 reacties
Reacties worden eerst bekeken voordat ze zichtbaar zijn.
Laat een reactie achter
Je reactie wordt eerst bekeken voordat hij zichtbaar is.
Er zijn nog geen reacties zichtbaar.