“Het is eigenlijk allemaal uitgekomen. En toch was het niet altijd makkelijk.”
Voor Vaderdag besloot ik iets bijzonders te doen. In plaats van een kaart of fles wijn, stelde ik mijn vader een simpelere maar veel wezenlijker vraag: "Pa, hoe was het eigenlijk voor jóu?"
En toen brak er iets open. In één gesprek raakten we aan jeugdherinneringen, waarden, intuïtie, idealen, loslaten en geloven in jezelf. En dat leverde iets op wat ik niet had verwacht: begrip. En zelfs iets van heling. Want hoe vaak nemen we écht de tijd om onze ouders te leren kennen buiten hun rol als ouder?
Ik vertelde hem dat ik het gesprek wilde vastleggen, niet als succesverhaal, maar gewoon zoals het is. Eerlijk, menselijk. Hij knikte, dacht even na en begon: “Het is ongelooflijk eigenlijk hoe mooi mijn leven is geweest. Ook niet makkelijk altijd, want er zijn dingen gebeurd die ik nooit voor mogelijk had gehouden.” En toen, terwijl hij terugdacht aan zijn jeugd, werd hij even stil en brak zijn stem. Er raakte iets, al binnen de eerste minuut.
Opgroeien boven de bakkerij
Mijn vader groeide op boven de bakkerij van zijn ouders, in een tijd zonder televisie, zonder luxe, zonder vakanties – maar met eindeloos veel bedrijvigheid. “Wij hadden een groot gezin,” zegt hij. “Acht zussen en één broertje. Jij hebt er drie, probeer er maar eens tien in het gareel te houden.” Toch kijkt hij terug op een gezellige sfeer, waar iedereen ook een beetje zijn eigen gang ging. “Bij ons thuis werkte iedereen gewoon mee. Je wist wat nodig was. Het kwam niet eens in je op om ‘nee’ te zeggen.”
Als jochie was hij al energiek. “Ik holde overal naartoe. Naar school, naar de klanten, weer terug naar huis. Alles hollend.” En dat terwijl hij al jong hielp in de bakkerij en in de winter op de bakfiets brood bezorgde door de sneeuw, langs het kanaal. “Met tien centimeter sneeuw, verkleumd tot op het bot. Maar je deed het gewoon.”
“Alleen woensdagmiddag was ik vrij. Dan gingen we hutten bouwen. In het houthok. Of onder de grond, met planken en graszoden erover. Geweldig vond ik dat.”
Schooltijd: meer plicht dan plezier
De basisschool was voor Henk geen fijne plek. “Ik had een juffrouw die sloeg. Ik kreeg eens een lel op m’n hoofd of een draai om mijn oren, dat ging zo in die tijd.” Over leren dacht hij: “Henk kan het wel, maar doet het niet — dat stond altijd op mijn rapport.” De enige plek waar hij zich begrepen voelde was bij meester Albert. “Die zag mij zoals ik was. Dat was een goeie.” Pas toen hij op z’n 54ste zijn vliegdiploma haalde, besefte hij: ik kan het wél.
“Ik wilde geen bakker worden – dus werd ik het toch”
Aanvankelijk wilde hij geen bakker worden. “Iedereen zei: jij wordt de nieuwe bakker. Dus toen dacht ik: dan juist niet.” Tot hij op een bakkersbeurs in Amsterdam stond. “Toen gingen m’n ogen open. Weg uit primitieve toestanden. Ik zag wat er allemaal mogelijk was.”
Vanaf dat moment ging hij ervoor. Hij bouwde een succesvolle zaak op, won prijzen en werd zelfs beste bakker van Nederland. “Het ging vanzelf. En ik vond het eigenlijk heel gewoon.” Misschien zelfs té gewoon. Want terugkijkend beseft hij: het was eigenlijk best bijzonder wat hij allemaal heeft opgebouwd.
Ondernemen deed hij samen met mijn moeder. Zij de winkel, hij de bakkerij. “Zonder haar had ik het niet gekund. We vulden elkaar perfect aan. Ik in het bakken, zij in het verkopen. Zij remde me af als ik te hard ging.” Wat hij lastig vond? Mensen die er niet echt voor gingen. “Als je hart voor de zaak had, deed ik alles voor je. Maar als je stond te lanterfanten in de bakkerij – dan kon ik daar slecht tegen.”
“Op een dag wist ik: het is klaar”
Hij werkte nachten door, voetbalde zonder slaap en had een enorme werkethiek. Tegelijk werd dat ook zijn valkuil. “De lat lag altijd te hoog. En grenzen? Daar ging hij vaak overheen.”
De bakkerij verkocht hij uiteindelijk op zijn 50ste, na 35 jaar keihard werken. Op z’n hoogtepunt. “Geen seconde spijt gehad. Geen zwart gat. Alleen maar rust. Vrijheid. Hij kijkt met voldoening terug. “Sindsdien heb ik alleen maar mooie dingen mogen doen.”
Altijd bezig, altijd leren
Wat Henk typeert: hij duikt overal in. Van nieuwe recepten tot een vliegbrevet, van houtbewerking tot ontwikkelingswerk in het buitenland. “Ik begin me overal aan,” zegt hij. “Soms loopt het in de soep, maar meestal lukt het toch.” Zijn nieuwsgierigheid bracht hem tot grote hoogten — letterlijk zelfs, want als kind zag hij een vliegtuig overvliegen en besloot: dat wil ik ook. En ja hoor, jaren later haalde hij z’n vliegbrevet. “Ik ben daar zó trots op.”
Van bakker tot wereldreiziger
Via ontwikkelingsorganisatie PUM deelde Henk zijn kennis in o.a. Kenia, Indonesië, Roemenië en Haïti. Hij helpt nog steeds bakkers slimmer werken, recepten verbeteren en bespaarde soms tientallen kilo’s deeg per dag. “Dat was zo mooi. Dan vlieg je naar huis en weet je: dit was nuttig.”
In Haïti werd hij geraakt door de armoede én door het contrast. Toen hij daarover vertelde werd hij emotioneel. “Mijn vader deelde in de oorlog ook brood uit aan schoolkinderen. En nu stond ik daar en zag ik een bakker die oud brood liet beschimmelen in zijn magazijn. Dat deed gewoon pijn.”
Stilte op het water
Als Henk over vissen praat, verandert er iets. Zijn stem verzacht, zijn tempo vertraagt. “Ik vond het prachtig,” zegt hij. “Niet alleen het vangen van de vissen, maar ook het zijn in de natuur. Zo heerlijk.” Het begon met zijn vader, die hem als jongen meenam. “Heel primitief was het toen, maar we vingen wel veel. En ik vond het geweldig.” Die liefde voor vissen heeft hij weer doorgegeven aan zijn eigen zoon, Jeroen. Voor Henk is vissen nooit alleen maar een hobby geweest. Het is een manier van zijn. Een plek waar de tijd even stilstaat, waar niets hoeft, en alles er gewoon mag zijn. Het water, de rust, de geur van de ochtend.
Geloof en gevoel
Henk praat niet makkelijk over gevoel. Maar als hij het doet, gebeurt er iets. Over zijn geloof: “Ik heb een lijntje, misschien met God. Een soort stem die zegt wat ik moet doen. Niet zweverig, gewoon... weten.” En dat weten heeft hem vaak geleid, ook al kon hij dat niet altijd uitleggen.
Ik had geen idee dat hij dit zo ervaart — we hebben het daar nooit over gehad. En juist omdat ik dit zelf ook herken, raakte het me. Hij zei er wel direct bij: “Zet dat maar niet in het artikel.” Maar misschien is het juist goed dat dit er wél even mag staan. Omdat het laat zien hoeveel er onder de oppervlakte leeft, ook bij vaders die niet alles zeggen.
De kracht van gewoon doen
Hij is nu 72. En hij weet: het is eindig. “Hoeveel jaren krijg je nog? Vier? Acht? Je weet het niet. Maar ik wil het goed afronden.”
Wat hij nog moeilijk vindt? Dingen uit handen geven. Nog steeds staat hij op hoge ladders de nok van het dak te schilderen, tot ergernis van mijn moeder. “Als je het zelf kan, waarom zou je het dan laten doen?” Maar hij weet: het hoeft niet meer. Hij is dankbaar. Voor zijn gezondheid. Voor zijn vrouw. Voor zijn kinderen en kleinkinderen. “Het had ook anders kunnen lopen. Maar we hebben geluk gehad. En op tijd de juiste keuzes gemaakt.”
“Ik heb niks in te halen,” zegt hij nu. “Alles wat nu is, is prachtig.” Zijn boodschap? Ga ervoor. “Niet voor het geld, maar omdat je iets te geven hebt. Als je goed bent in iets, geef het dan door. Het komt altijd wel weer terug. En zo niet, dan heb jij in elk geval er een goed gevoel aan over gehouden. Alleen dat is het al waard.”
Tot slot
We kunnen weleens botsen, vooral op politiek vlak. Maar dit gesprek bracht iets anders. Ik zag niet alleen mijn vader, maar ook de jongen die brood bezorgde in de sneeuw, de bakker die altijd al wakker was terwijl de wereld sliep, de man die tegen alle regels in tóch zijn hart volgde. En ik realiseerde me: ik heb meer van hem meegekregen dan ik dacht.
Dankjewel pa. Voor je verhaal. En voor alles wat je meegaf — vaak zonder dat je het doorhad.
0 reacties
Reacties worden eerst bekeken voordat ze zichtbaar zijn.
Laat een reactie achter
Je reactie wordt eerst bekeken voordat hij zichtbaar is.




Er zijn nog geen reacties zichtbaar.